Kenmerkend voor het Zuid-Limburgse landschap zijn de typische hoogstamboomgaarden. Als in het voorjaar de fruitbomen in volle bloei staan, sieren zij deze glooiende streek met hun indrukwekkende kleurenpracht. De afgelopen tientallen jaren zijn laagstambomen steeds meer in opkomst voor de fruitproductie. Gelukkig blijven de hoogstamboomgaarden wel behouden, vanwege hun landschappelijke, cultuurhistorische en biologische waarde.
De hoogstamboomgaarden worden nu gebruikt voor het kweken van nieuwe fruitrassen. Nergens anders vindt u zo’n grote diversiteit aan zelfgekweekte rassen. Typisch Zuid-Limburgse appelsoorten zijn bijvoorbeeld het Eijsdener en Gronsvelder Klumpke, evenals de Reymerstokker Kroonreinette. Bekende perenrassen uit deze streek zijn het Kelmonder Grijske en de Herfstpeer van Geulle. Een zoete kers is de Eijsdener, ook wel Basterd Dikke genaamd. In het voorjaar proeft u het versgeplukte fruit bij de vele stalletjes langs de weg. Bovendien wordt het fruit verwerkt in veel van de streekgerechten, die het hele jaar door verkrijgbaar zijn bij de streek- en boerderijwinkels.